Laten denkers meer doeners worden

„Laten denkers in de kerk meer doeners worden, dan komen de doeners vanzelf tot hun recht.” Dat zei godsdienstdocent Laurens Snoek gisteren in Gouda op het symposium ”Doeners in de kerk”.

Snoek is docent godsdienst in het voortgezet onderwijs. Hij schreef verschillende boekjes voor jongeren. Het symposium, georganiseerd door het Landelijk Contact Jeugdwerk (LCJ) van de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK), Driestar Educatief, de Erdee Media Groep en deputaten kerkjeugd en onderwijs van de CGK, trok ruim tweehonderd bezoekers. Daaronder bevonden zich ambtsdragers, jeugdraden, leidinggevenden, jeugdwerkers en ouders. Deelnemende jeugdbonden waren de Hersteld Hervormde Jongerenorganisatie (HHJO), de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten (JBGG), het Hervormd Jeugdwerk (HJW) en de Christelijke Gereformeerde Jeugdwerkorganisatie (CGJO). Meer dan de helft van de jongeren in de kerk is vmbo’er, stellen de organisatoren van het symposium. In de kerk, als het gaat over prediking, catechese en jeugdwerk, wordt volgens hen te weinig nagedacht over de vraag wat deze specif ieke doelgroep nodig heeft om de boodschap van het Evangelie te verstaan en te verwerken. De organisatoren willen met het symposium meer aandacht vragen voor doeners in de kerk. Ds. L. de Wit, hervormd predikant te Bleskensgraaf, zette in zijn lezing uiteen wat de Bijbel zegt over de prediking. Preken blijft volgens hem een worsteling om het Woord recht te doen. Het is een opdracht om dat Woord te richten tot de mens in de concrete situatie van zijn leven: ouderen, jongeren, gelovigen en Impressie ongelovigen, denkers en doeners. Een 72-jarige deelnemer merkte op dat hij hier naartoe was gekomen omdat het in zo veel preken nooit over hem ging. „Terwijl”, zo merkte ds. De Wit op, „zowel doener als denker ermee gebaat is als hij in de preek direct wordt aangesproken.” Hij noemde daarvoor twee kerngedachten: dialogisering en concretisering. Dialogisering wil zeggen dat er niet alleen een boodschap wordt gericht tot de hoorder, maar dat er tijdens de verkondiging ook een gesprek met de hoorder plaatsvindt. Bij concretisering gaat het erom dat er concrete zaken uit de leefwereld van de hoorder aan de orde komen. Wanneer beide elementen ontbreken, is volgens de predikant uit Bleskensgraaf de verkondiging ten diepste niet meer aanwezig, maar verwordt de preek tot een beschouwing, waarbij doener en denker toeschouwer kunnen blijven. „Als het goed is, legt de verkondiging van het Evangelie een claim op de mens. Als er alleen maar informatie wordt overgedragen, zal de doener het niet begrijpen en af haken. Ook de denker zal ten diepste op afstand blijven en de preek tot een behartigenswaardig discussiestuk maken.” De aanduiding doeners in de kerk is voor godsdienstdocent Snoek een diffuus begrip. „Over wie hebben we het precies? Zijn vmbo’ers minder dan anderen?” Toch hebben ze volgens hem speciale aandacht nodig. „Iedere serieuze catecheet en verenigingsleider worstelt ermee hoe hij de doener erbij kan houden.” Volgens Snoek zouden we de doeners een grote dienst bewijzen als we vaker zouden voorleven wat de praktische consequenties zijn van Gods allesomvattende koningschap. „Er komt perspectief voor doeners in de kerk als zij samen met de denkers denken en handelen vanuit de maatstaven van Gods Koninkrijk. Dat zijn andere dan wij vaak hanteren.” Snoek riep de aanwezigen ertoe op meer met de ogen van ons Hoofd Jezus Christus naar doeners en denkers in de gemeente en naar elkaar te kijken. „Wat een perspectief is er dan voor de doeners. Die hoeven in ieder geval geen denkers te worden of zich als denkers te gaan gedragen.” Opvallend aan veel doeners is dat ze inhoudelijk gezagsgetrouw zijn. Omwille van de boodschap van de Bijbel laten ze zich meestal gezeggen. „De dominee en De Saambinder zeggen het.” Volgens Snoek hebben doeners aan een paar woorden genoeg om een probleem te doorzien. „De woordenstroom en de nuances van de denker brengen hen daar niet toe.” Als er geen voorbeelden uit het dagelijks leven worden genoemd, begrijpen ze niet veel van theologische onderwerpen, zegt Snoek. „Oefen u daarom in beeldend spreken. We kunnen als ambtsdragers en leidinggevenden, docenten en ouders bezorgd spreken over het geestelijk welzijn van onze jongeren. Maar we kunnen ook op zoek gaan naar een concreet antwoord op de vraag: „Hoe kunnen en mogen wij zielen tot Jezus leiden?” Als er bij ouderen sprake is van slapheid en luiheid in het gebruik van de genademiddelen, is dat volgens de godsdienstdocent een slecht voorbeeld voor doeners. „Laten we ons dan bekeren!” In een aantal workshops werd het thema verder uitgewerkt. De onderwerpen waren onder andere huisbezoek en informeel pastoraat, catechese aan doeners, doeners in het gezin en het gebruik van moderne media bij doeners.

Bron: Reformatorisch Dagblad 14 november 2013