Aandacht voor denkers, doeners én voelers

Auteur: S.D. Post

Doeners in de kerk. Regelmatig hoor je die term, en ik voel me hier enorm bij betrokken. Graag maak ik een paar opmerkingen die wellicht helpen bij de verdere uitbouw van dit thema.

Allereerst wil ik pleiten voor een benadering vanuit in de klassieke drieslag: hoofd, hart en hand. Niet alleen doeners en denkers, maar ook voelers. Mensen die intuïtief in het leven staan en op relaties gericht zijn. Ieder heeft zijn eigen reden om bijvoorbeeld de kerk te verlaten. De denkers omdat ze kritische vragen stellen en daar geen antwoord op krijgen. De voelers omdat ze de warmte en het gezien worden in de gemeente missen. De doeners omdat ze met de prediking niets kunnen.

De eerste groep wil weten wat het doel en de betekenis is van de dingen, de tweede groep wil dat de preek hen raakt, de derde groep wil weten wat het nut is dat je aan de prediking kunt ontlenen. Het voordeel van deze driedeling lijkt me ook dat we daarmee dit thema wegtrekken van wel of niet intelligent.

Ten tweede lijkt het mij belangrijk dat we in de kerk blijven geloven in het primaat van de roeping. Niet meegaan in het denken waarin de mens met zijn competenties centraal staat, geen adaptieve preek of Bijbelstudie. Niet mijn kwaliteiten, maar wat God van mij vraagt, is bepalend. Mozes lijkt me een doener. Hij vond het prima om herder te zijn bij de schapen, was erg loyaal aan zijn volk, kwam snel in actie, maar voelde er niets voor om in discussie te gaan met de farao. Toch riep God juist hém om naar farao te gaan. Jona reageerde vanuit zijn hart. Hij kon geen dingen doen die tegen zijn gevoel ingingen en reageerde heftig en emotioneel bij de wonderboom. Toch riep de Heere hem om de meest confronterende preek te brengen die in de Bijbel staat. Paulus lijkt een denker. Hij kon goed schrijven, zocht na zijn bekering geen contact met anderen, maar trok zich terug om na te denken, en was zeker geen spreker. God roept hem echter om te preken, hoeveel weerstand dat ook opriep.

Ten derde, oog voor verschillen moet in de gemeente van God niet automatisch leiden tot de vraag: Wie doet wat? Niet ieder zijn ding, maar samen voor elkaar. Als Jakobus schrijft dat de zuivere godsdienst is wezen en weduwen bezoeken, geldt dat voor alle gemeenteleden, of ze nu wat afstandelijk zijn of sociaal, of het praters zijn of zwijgers. Er blijft verschil: de een kan beter meedenken met de ander, de ander kan beter meevoelen en meeleven, en een derde kan daadwerkelijk helpen. Als de kerk verbouwd moet worden, moet er gepland, getimmerd en gemonteerd (hand) worden, vanuit een Bijbelse visie (hoofd) en in saamhorigheid en onderlinge verbondenheid (hart). Ieder kan zijn steentje bijdragen.

Dat geldt ook bij Bijbelstudie. Het samen in de gemeente nadenken en spreken over de Bijbel lijkt me van groot belang voor ieder gemeentelid. We moeten met schaamte belijden dat Bijbelstudies in het verleden veel te veel een beroep deden op intelligentie. Een soort repetities met vragen naar verborgen antwoorden, oefeningen in tekstbegrip of kwesties gericht op discussie. Wat is het verrijkend om juist samen in gelijkwaardigheid te luisteren naar Gods Woord. De een kan helpen om de link te vinden met objectieve en tijdloze waarheden, de ander kan aandacht vragen voor bevinding en emotie, een derde legt de vinger bij de consequenties voor de praktijk van alledag. De eerste zal vragen: Waar gaat het hier nu eigenlijk om? De ander: Wat ervaren wij in confrontatie met dit Woord van God? En een derde: Wat betekent dit concreet voor ons, wat gaan we anders doen?

Tot slot, het lijkt erop dat de opstellers van de eeuwenoude Heidelbergse Catechismus zich bewust waren van deze verschillen. Zij bedienen denker, voeler en doener immers met drie type vragen: wat betekent, wat troost u, wat nut u? Hoe wisten ze dit zonder psychologische handboeken? Aandacht helpt ook. Of om het Bijbelser te zeggen: de liefde smeedt op kunstige wijze verschillen tussen mensen tot één heerlijk lichaam: het lichaam van de Heere Jezus Christus.

Bron: Reformatorisch Dagblad, 3 mei 2014