DOENERS EN CATECHESE

Gerard is 19 jaar. Hij werkt in de metaal. Hij heeft jarenlang de catechisatie gevolgd en is daar wisselend over te spreken. Erg afhankelijk van wie het geeft. Hij zegt: ‘De eerste vier, vijf jaar dat ik naar catechisatie ging, ging ik er zonder echte tegenzin naar toe, want ik zit het wel even uit, die drie kwartier en ik ga weer naar huis toe.’

EEN ECHTE DOENER

Gerard is een gezellige prater, die makkelijk vertelt, zo lang het gaat over verhalen en de concrete dingen die hij meegemaakt heeft. Als gevraagd wordt naar parate inhoudelijke kennis, haalt hij allerlei dingen door elkaar en haakt hij af, maar maakt hij wel een conclusie op het niveau van wat het voor hem als christen betekent op het praktische vlak. Hij waardeert de catecheet (Ronald) die hij nu heeft, een vrijwilliger, omdat die het verhaal in ‘gewone mensentaal’ weet te vertellen. ‘En Ronald vertelt meestal ook een verhaal over wat in de praktijk kan voorkomen of ook een keer, toen hadden we als onderwerp: bewijzen dat God bestaat. Toen legde hij uit dat de aarde tien keer zo groot is als de zon en dat de aarde tien keer zo ver of 10000 kilometer, of in elk geval … hij was tien keer zo groot en hij stond … of… de zon was duizend keer zo groot en eh…. of duizend keer, zo ver in…. elk geval er was een verhouding met die duizend. En allemaal van zulke ja dat is me ook wel bijgebleven van eh,.. dat kan geen toeval zijn. De conclusie is goed maar het verhaal bevat voor hem ingewikkelde gedachtesprongen.

Gerard is op zich positief ingesteld als het om de catechese gaat. Hij begeeft zich ook onder de jongeren van zijn kerk, denkt na over heel veel aspecten die met geloof te maken heeft. Over uitgaan heeft hij een regel gevonden die hem houvast geeft: ‘als ik ergens uit ga in het weekend dan moet Jezus over je schouder kunnen kijken en vinden dat het gezellig is.’

BETER DE TUIN VERZORGEN?

Er is de laatste jaren aandacht voor catechese en doeners. Meestal wordt dan aan-gegeven dat de catechese nogal talig is en dat dat niet past bij doeners. Dat zijn van die praktische jongeren die je beter iets kunt laten doen voor de kerk. De tuin verzorgen of zo iets.

Toch blijkt uit het voorbeeld van Gerard dat het betrekkelijk is om zo’n tegenstel-ling te creëren. Want ook al heeft hij best problemen op bepaalde momenten met de manier van redeneren, toch weet hij prima te verwoorden wat voor conclusie hij voor zichzelf er uit moet halen. Een conclusie die hij nota bene duidelijk in taal kan verwoorden. Tegelijk maakt hij duidelijk dat veel langs hem heen gaat, want met een bepaalde manier van redeneren kan hij weinig. Dat volgt hij gewoon niet.

LEERTHEORIE

Wat is kenmerkend voor de taal die een jongen als Gerard, de doener, wel kan verstaan? Dat is de taal waar hij persoonlijk in wordt aangesproken. Misschien is het verhelderend om vanuit het perspectief van een leertheorie hier eens naar te kijken. In vergelijking met leerlingen van HAVO en VWO zal Gerard het soms best lastig gehad hebben op de catechisatie. Het is niet onmogelijk dat in de discussies en bij het beantwoorden van vragen juist ‘Havisten’ en VWO-ers het meest aan het woord waren. Misschien ook wel omdat de leerstijl van de catecheet, die vaak zelf een wetenschappelijke of een HBO-opleiding heeft gevolgd, aansluit bij hun manier van denken en van omgaan met leerstof. Want als het gaat om ont-houden, als het gaat om een bepaalde redenering te kunnen volgen en die in eigen woorden weer te geven, dan is het onmiskenbaar dat leerlingen van HAVO en VWO dat beter kunnen dan iemand die met moeite een vmbo-diploma heeft gehaald. Want dat is een manier van leren die uitgebreid geoefend wordt binnen deze schooltypen. Maar dat is niet het geval in het vmbo, want daar weet een docent dat zijn leerlingen geen theorie-mensen zijn maar jongelui die praktisch gericht zijn en als het ergens over gaat, vooral geïnteresseerd in wat je er mee kunt. Dat is een andere manier van omgaan met leerstof. Want deze ‘doeners’ zijn best in staat om wat gezegd wordt te vertalen in gedrag en handelen. Daar hebben ze geen abstracte redeneringen voor nodig, maar iets van wat ook wel genoemd wordt nuchter verstand. Leertheoretisch is dit heel interessant. Want daar wordt wel eens onderscheid gemaakt tussen ‘lagere orde’ en ‘hogere orde’ leren. Lagere orde leren staat voor onthouden en begrijpen, hogere orde leren voor integreren en toepassen. Bij integreren gaat het om de verbinding die iemand maakt met zijn eigen voorkennis, zijn eigen waarden en normen, met wie hijzelf is. Op integratieniveau gaat het niet om wat de leerstof theoretisch betekent maar om wat het voor jou betekent. In de voorbeelden van Gerard blijkt dat hij dat prima kan.

LEERDERS MOETEN DOENERS WORDEN

Goed beschouwd is het vreemd dat ‘doeners in de kerk en catechese’ het thema is. Misschien zou het meer voor de hand liggen om van ‘leerders en kerk’ een thema te maken. Het is niet zo ingewikkeld om als catecheet tegemoet te komen aan de doeners. In 2013 werden op het congres ‘Doeners in de kerk’ op de Driestar allerlei tips (16 stuks) gegeven om ze op een goede manier te benaderen. Aanbevelingen als: in begrijpelijke taal spreken, humor gebruiken, niet de onderwerpen bespreken vanuit de theorie (theologie) maar vanuit concrete voorbeelden, persoonlijk zijn, vanuit eigen levenservaring de thema’s benaderen, enz. Didactisch gezien is dit een aanpak die zal werken voor de zogenaamde doeners, maar ook zeker voor de catechisanten die goed kunnen leren. Het grote voordeel daarvan is dat het karakter van het Evangelie dan beter naar voren kan komen, namelijk dat de inhoud van het geloof in de eerste plaats bedoeld is om je leven daarmee vorm te geven in plaats van daar over te theoretiseren. De hoofdspreker van dat congres, Laurens Groot, heeft dat prima verwoord in de titel van zijn toespraak: laat de leerders meer doeners worden.

DE WERKELIJKHEID WAAR DE BEGRIPPEN NAAR VERWIJZEN

Het thema ‘aandacht voor doeners in de kerk en catechese’ is iets dat de kerk aan het denken moet zetten. Het is toch merkwaardig dat daar specifiek de aandacht op moet komen. Het is waarschijnlijk zo dat ongeveer de helft van het aantal catechisanten hetVMBO bezoekt. Daaronder zitten jongeren die moeilijk leren, maar ook hele slimme jongeren, die alleen (nog) niets hebben met theorie. Het probleem is vaak niet dat deze jongeren de kern van het Evangelie niet hebben begrepen. Mogelijk heeft het wel te maken met dat het geloof ‘theologisch’ is geworden. Dat het een soort norm is geworden dat het echte geloof alleen maar verwoord kan worden in theologische veelomvattende begrippen. Vaak wordt dan genoemd dat de doeners problemen hebben met termen als barmhartigheid, rechtvaardiging en dergelijke. Op de catechese wordt veel tijd besteed om dit soort begrippen duidelijk te maken. Maar eigenlijk weet je van te voren dat dit niet overkomt bij een groot gedeelte van de catechisanten. Het is de vraag of die tijd niet nuttiger besteed kan worden door niet de theologische begrippen als uitgangspunt te nemen, maar de werkelijkheid waar deze begrippen naar verwijzen. Daarover praten betekent vaak dat gepraat wordt over concrete ervaringen van mensen, die de barmhartigheid van God ervaren hebben. Maar door over concrete mensen te praten, in of buiten de Bijbel, kom je al voor een belangrijk deel tegemoet aan wat de zogenaamde doeners moeilijk vinden. En de ervaring bij veel catecheten zal zijn dat die ingang niet in mindering komt van de zogeheten leerders, want die leren daarmee wat de begrippen concreet betekenen.

SCHRIFTGELEERDEN?

De discussie over doeners en kerk heeft tot dusver geleid tot een aantal aanbeve-lingen voor de leiders die werken met doeners. Maar minstens zo belangrijk lijkt mij dat de kerk zelf het aandachtspunt van zorg wordt. Want wat is er gebeurd als mensen die prima in staat zijn het Evangelie te vertalen naar hun persoonlijk leven als een aparte groep gekarakteriseerd moet worden?

Als er iemand geweest is die duidelijk gemaakt heeft dat geloof niet bestemd is om uit te drukken in allerlei ingewikkelde redeneringen, maar dat het aankomt om te leven naar de inhoud van het evangelie, (‘leer hen te onderhouden alles wat ik jullie bevolen heb‘ – Mat. 28:20) dan is dat de Here Jezus Zelf geweest. Hij bouwt zich niet een koninkrijk van schriftgeleerden, maar van discipelen, van navolgers.

Drs. J. Meerveld, docent didactiek van de catechese aan hogeschool VIAA te Zwolle en aan de Theologische Universiteit te Kampen. Voor het OJKC (Onderzoekscentrum voor Jeugd, Kerk en Cultuur) doet hij onderzoek naar de opbrengsten van de catechese.


1) De geciteerde zinnen komen uit een interview met Gerard (niet echte naam) in het kader van een onderzoek naar opbrengsten van de catechese.

Bron: Digibron / Ambtelijk Contact