Doeners tot Christus leiden – zeven handvatten

Auteur: ds. W.A. Capellen

Hoe leid ik jongeren, en dan met name de doeners, in de prediking tot de Heere Jezus? Hoe neem je hen bij de hand?

Doeners hebben doorgaans geen groot tekstbegrip. En (lang) stilzitten en geconcentreerd luisteren is soms heel lastig voor hen. Maakt dat het niet moeilijk om juist deze jongeren te bereiken met het evangelie in de zondagse verkondiging?

Graag houd ik mezelf en collega’s enkele handvatten voor die zouden kunnen helpen om deze jongeren te bereiken met het evangelie en hen te leiden tot Christus. Eerst een algemene opmerking: Doeners zijn niet zoveel anders als andere jongeren en ouderen. Geen doener is hetzelfde. Onder hen is een grote verscheidenheid. Zij zijn unieke schepsels van de Heere die een ziel hebben voor de eeuwigheid. Onder hen zijn er die de Heere liefhebben maar onder hen heb je ook twijfelaars, afhakers, enz. Dus wezenlijk met andere ogen naar hen kijken, is mijns inziens niet terecht. Wel kunnen zij er baat bij hebben als we oog hebben voor hun eigen specifieke situatie en

leefwereld. Is de grote Herder, Jezus Christus, daar ons niet in voorgegaan? Hij had oog voor mensen in hun specifieke situatie en zocht aansluiting bij hun belevingswereld.

1. Het is van belang de leefwereld van deze jongeren te kennen.

Hoe staan zij in het leven, hoe denken zij, hoe kijken zij tegen allerlei zaken aan? Het is van groot belang dat de predikant -indien mogelijk- de catechisatielessen zelf geeft om de jongeren te leren kennen, in gesprek met hen te zijn en een relatie met hen op te bouwen. Juist voor de doener is het persoonlijk contact met de predikant van belang.

2. Houd bij de preekvoorbereiding de leefwereld van deze jongeren voor ogen.

Bedenk hoe de te bepreken tekst op hen zou kunnen overkomen. Vraag je af hoe je in hun situatie Gods Woord kunt laten klinken. Wat wil de Heere door Zijn Geest met deze tekst aan hen meegeven? Hoe kan ik dat op een goede en liefdevolle manier aan hen doorgeven? Heb oog voor hart én hoofd. Benoem hun vragen, moeiten, vreugden, interesses en laat de rijkdom van de Schrift zien. Geestelijke leiding geven, betekent dat je waarschuwt en de zonde eerlijk benoemt maar ook dat je met liefde en enthousiasme Gods liefdedienst aanprijst!

3. Spreek hedendaags Nederlands.

Ik doe geen pleidooi voor populair woordgebruik, maar laat de taal die we gebruiken helder zijn en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar. Moeilijke woorden uit de Bijbel hoeven we niet achterwege te laten, maar het is echt noodzakelijk moeilijke woorden uit de Bijbel eenvoudig uit te leggen. Veronderstel niet teveel kennis. Dat is een valkuil waar we heel snel intrappen. Preek eenvoudig. Een eenvoudige preek hoeft de diepgang niet in de weg te zitten. Heldere, korte zinnen voorkomen dat de boodschap over de hoofden heengaat.

4. Maak werk van de structuur van de preek.

Zorg dat de preek goed gevolgd kan worden doordat die een logische opbouw kent. Zo kan de stof beter blijven hangen. Een helder thema met bij voorkeur een korte onderverdeling in punten kan als een goede kapstok dienen. Juist deze jongeren hebben structuur nodig. Maak geen onnodige en uitgebreide uitstapjes. Dit werkt voor deze jongeren te afleidend.

5. Gebruik metaforen die hen aanspreken als illustratie bij de tekst.

Een voorbeeld wordt vaak goed onthouden. Wanneer aan de hand van een voorbeeld de boodschap verhelderd wordt en kan worden vastgehouden, is dat winst.

6. Het is bekend dat een doener een korte spanningsboog kent.

Echt aandachtig luisteren en stilzitten is voor hen veelal moeilijk. Houd daar rekening mee. Een preek is niet pas een goede preek als die 50 minuten duurt. Om de aandacht vast te houden, kan het dienstbaar zijn om af en toe een korte stilte te laten vallen. Of om de jongere met zijn vragen in te brengen ("ja, zeg jij, maar…") Vat bijvoorbeeld wanneer er met punten wordt gewerkt in 3 zinnen het eerste punt samen of reik een korte samenvatting uit van de preek met een gespreksvraag.

7. Laat zien dat het Woord door je heen is gegaan.

Sta niet boven de jongeren. Laat merken dat je als predikant een mens bent van vlees en bloed en dat de tekst niet alleen een boodschap heeft voor de jongeren, maar óók voor de prediker. Met ernst, liefde en tact mag u de klem van Gods Woord aan het hart leggen van onze jongeren en laten zien dat het leven met God niet saai is of ouderwets, maar goed en zegenrijk. U zult deze jongeren pas echt kunnen bereiken als u hen liefhebt. Om het Woord van God werkelijk te verstaan, is de leiding van Gods Geest onmisbaar. We zijn afhankelijk van Zijn werking. Laten we ons daarvan goed bewust zijn. Dat ontslaat predikanten echter niet van de verantwoordelijkheid om het Woord zó uit te leggen en te verkondigen dat het dicht bij de hoorder komt. Juist ook bij hen die ‘doener’

zijn. Een prediker wil toch niets liever dan dat de hele kudde aan de voeten gebracht mag worden van de Heiland? Dat brengt, als het goed is, dienaren aan de genadetroon van God om van de Heere wijsheid te ontvangen. “Afhankelijkheid van God is onze kracht en blijdschap. Laten we in die afhankelijkheid voortgaan en zielen voor Hem zoeken te winnen” (Spurgeon). Oók van de doeners. Want wie zielen vangt, is wijs (Spreuken 11:30).