ONBEKEND MAAKT ONBEMIND

Enkele gedachten over kennisoverdracht in de catechese

We slingeren nogal eens heen en weer. Van catechese als een kleine cursus dogmatiek naar catechese als praatgroep waarin het eigenlijk alleen gaat om relaties onderhouden. Over de noodzaak en het nut van kennisoverdracht wordt inmiddels weer volop nagedacht binnen het onderwijs.

Nee, we moeten niet terug naar vroeger. De ‘jeugd van tegenwoordig’ is in een aantal opzichten inderdaad anders dan vroeger. Jongeren die soms 24/7 alle mogelijke informatie over zich uitgestort krijgen in de vorm van tweets en andere ongefilterde uitspraken zijn anders dan die jongeren die slechts drie bronnen hadden om uit te putten: gezin, school en kerk. Toch is het wel opvallend wat een bekende homileet uit Amerika, Thomas Long, enkele jaren geleden (2009) signaleerde. Smalend was in de jaren ’70 afscheid genomen van de ‘drie-punten-preek’ (al of niet voorzien van een gedicht aan het slot). We moesten gaan doen aan verhalende (narratieve) prediking. Daar zouden de mensen echt van leren en niet van die ‘voorgebakken’ strak ingedeelde preken, die op kennisoverdracht gericht waren. In die verhalen konden de mensen zelf instappen, omdat verondersteld werd dat zij zichzelf ook als een persoon in een verhaal zouden zien.

Welnu, onderzoeken hebben aangetoond dat zoiets wel een erg generaliserende veronderstelling is. Je had en hebt altijd mensen die bij een verhaal onmiddellijk zoiets hebben van: ‘vertel me even in enkele punten waar het om gaat’. Inmiddels is via de achterdeur daarom toch weer een meer op leren gerichte preekstijl naar binnen gehaald, zo signaleert hij, zij het dan in de vorm van ‘acht-bullits-en-een-videoclip’, die dan uiteraard op het scherm vertoond worden. Het kan wonderlijk gaan in de wereld van kennisoverdracht….

NOODZAAK VAN DE OVERDRACHT VAN DE GELOOFSLEER

Er zijn woorden in de Bijbel die mij in relatie tot het onderwerp ‘kennisoverdracht’ vrees aanjagen. Welke woorden? Er zijn een aantal nadrukkelijke aansporingen in het Woord, zoals in de bekende verzen uit Deuteronomium 6. Maar voor mijn besef klemt het des te meer in deze woorden: ‘Over Hem hebben wij veel dingen te zeggen, die moeilijk zijn om uit te leggen, omdat u traag geworden bent in het horen’. Dat zijn inderdaad woorden uit het slot van Hebreeën 5. Ik ga verder voor-bij aan de discussie of dat hier sprake is van ‘Hem’ (onze Hogepriester) of ‘hem’ (Melchizedek). Volgens mij gaat het om ‘Hem’ in het licht van ‘hem’, dus over Wie Jezus Christus is als de hemelse Hogepriester in het licht van wie Melchizedek was. En op de hierboven geciteerde woorden volgen heel wat signalen van een verwaarlozen van onze plicht, het te weinig ‘oefenen’ in het Woord.

Wat is het trieste gevolg? Dat ‘stevige kost’, ook ten aanzien van het leven uit Christus, onverteerbaar is en volwassen nog met een ‘melkfles’ aan hun mond in de kerk zitten. Men komt niet verder dan het ‘eerste onderwijs’ (Hebr. 6:1). Waarom is dat zo erg? Uiteindelijk omdat onze hemelse Hogepriester zo op afstand blijft, zo onbekend en daarom zo onbemind! Een gemeente die niet meer voortdurend het Woord van God onderzoekt houdt niet meer dan een ‘vage’ Heiland over, over wie men nauwelijks enige woorden kan spreken, behalve enkele woordjes in een ‘babytaal’. Test? Vraag bijvoorbeeld een ambtsbroeder eens wat de naam Christus voor hem, ook heel praktisch, betekent? Leg daar bijvoorbeeld eens naast wat we belijden in zondag 12 HC! Het zou uitermate leerzaam zijn daarover eens een aparte kerkenraadsvergadering te beleggen voorafgaand aan het seizoen van de huisbezoeken.

Ik zal het nu verder in dit artikel wel toespitsen op catechese aan de jongeren van de gemeente, maar onderstreep dit eerst. Er komt van kennisoverdracht niets terecht als de gemeente als geheel geen lerende gemeente (meer) is. Dat was één van de herontdekkingen van de Reformatie. Een kerk waarin kennisoverdracht in een levenslang leerproces geen gestalte krijgt, kan de naam gereformeerd niet lang(er) meer dragen. Jongeren dienen door ouderen uitgedaagd te worden door kennis die verlangen opwekt! Daarbij dienen de ambtsdragers voorbeeldig te zijn.

KENNISOVERDRACHT IN SOORTEN

Via verschillende invalshoeken kan men over de rijkdom van de geloofskennis spreken en de waarde van de overdracht hiervan. Drie varianten passeren kort de revue om zo de doordenking van kennisoverdracht in relatie tot catechese in de gemeente te stimuleren.

1. Een eerste invalshoek is de verbinding tussen kennis en geloof. Te denken is aan een benadering vanuit het woord geloofsoverdracht. Een woord dat het laatste decennium aardig is ingeburgerd om het eigene van catechese te verwoorden. Wanneer dat woord een goede typering is van catechese als verbondscatechese, dan is daarmee ook kennisoverdracht een noodzakelijk gegeven. Bij het woord ‘geloofsoverdracht’ kan men immers denken aan de woorden uit Judas’ brief, waarin de aansporing klinkt om te strijden voor ‘het geloof dat eenmaal aan de heiligen is overgeleverd’. Daarbij gaat het allereerst om de geloofsinhoud. Er is geen geloof zonder kennis. Waar dat wel zo is, dan wordt dit ‘geloof’ zo inhoudsloos dat men alles lijkt te geloven en heel veel over één kam gaat scheren. Geestelijk onderscheidingsvermogen is er dan helemaal niet. Dat kan er ook niet zijn, want er is niets te onderscheiden vanwege gebrek aan kennis van zaken.

2. Een ander perspectief vormt de verbinding tussen kennis en liefde. Het ‘voor-werp’ van liefde wil gekend worden. Liefde lokt het hart uit voor een nadere kennismaking. Zeker, dan gaat het om meer dan intellectuele kennis. Toch kan een zich niet verdiepen in de ander moeilijk gezien worden als een zaak van liefde. Integendeel. Onbemind kan immers ook de oorzaak zijn van onbekend. Woorden die het tegendeel tot uitdrukkingbrengen? ‘Opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte,en lengte en diepte en hoogte is, en de liefde van Christus kent, die de kennis te boven gaat…’ (Ef. 3: 17-18). Om maar te zwijgen over het liefdeslied van Psalm 119.

3. Leerzaam is ook om de woordenschat uit de Bijbel na te gaan om zo allerlei aspecten van het begrip ‘leren’ helder te krijgen. In de taal van het Oude Testament:

a. Leren in de betekenis van trainen of oefenen, om het geleerde in praktijk te brengen (lamad);

b. Leren in de zin van instrueren of aanwijzingen geven, vaak over de weg die men heeft te gaan (jara);

c. Leren als kennen: niet zozeer intellectuele kennis, maar existentiële kennis. Het gaat om bevindelijke kennis, een kennen door ervaring, een kennen door omgang hebben met, een kennen in liefde (jada);

d. Leren als het komen tot inzicht of wijsheid verkrijgen (sachal).

In de taal van het Nieuwe Testament zijn er nog weer iets andere accenten te beluisteren

e. Leren als onderwijzen ‘van bovenaf’, maar wel in een dialoog, met de bedoeling dat wat overgedragen wordt aan kennis ‘beneden’ weerklank (echo) vindt (katèchein);

f. Leren als het systematisch aanbrengen van kennis om daardoor vaardig te kunnen handelen; een eenheid van kennis én vaardigheden (didaskein).

Uiteindelijk gaat het dus om de eenheid van wat in het Jodendom heet: de haggadah (het verhaal) en de halakah (de weg). Anders gezegd: het vertellen dient samen te gaan met het leren en handelen. Is dat ook niet wat we zien in het leven van ‘Christus als Leraar’? Kennisoverdracht bij uitnemendheid.

KENNISOVERDRACHT ALS LEREN VOOR HET LEVEN

In het beperkte kader van dit artikel volsta ik met het noemen van nog slechts één nadere uitwerking, namelijk aan de hand van het Spreukenboek. In dit Bijbelboek gaat het om een leven in de vreze des HEEREN als de wortel, de bron van alle wijsheid. Wijsheid als de boom van het leven! Juist in deze Spreuken wordt op vele plaatsen duidelijk hoe leer en leven met elkaar verbonden zijn. Wat je hoofd weet, dient vertaald te worden naar het handelen. Kennen is kennis met je meedragen in je hart en aan je hals (als een sieraad), binnenkamer en publieke ruimte zijn met elkaar verbonden. Het gaat om woorden als lampen, om zo te wandelen op de weg van het leven en naar het leven. DeTorah als Licht (o.a. Spr. 6:20). Deze kennis verlicht en brengt onderscheid bij tussen wijsheid en dwaasheid.

Wat vraag dit van de catecheet? Dat hij als priester leert luisteren. Bij kennisoverdracht is dat een eerste en noodzakelijke vereiste: wie antwoord geeft voordat hij geluisterd heeft, is een dwaas (Spr. 18:13). Vervolgens is nodig dat wie kennis overdraagt als een wijze hen leert interpreteren wat er aan de hand is, in het leven van de jongeren, van de samenleving en in de kerk, en zo de jongeren bij de hand neemt. Leren is leren interpreteren van het leven. Dan ontkom je er vervolgens niet aan dat er in de overdracht iets doorklinkt van een profetisch tegenover. Daar zit altijd iets in van aanspraak (eis en belofte) en tegenspraak. Wie jongeren wil bereiken moet ook een ‘tegenover’ zijn. Anders is er geen brug. Zo kan de catecheet op koninklijke wijze de gids en herder zijn die voor hen uitgaat en met hen meegaat.

Kennisoverdracht die bevrijdt van ‘onbekend’ en leidt tot ‘bemind’ is onze inspanning waard. De ontspanning ligt in de wetenschap dat de eigenlijke overdracht het werk van de Geest is.

Bron: Digibron / Ambtelijk Contact