SAMEN LEREN GELOVEN

Toen ik 18 was, ging ik naar belijdeniscatechisatie. Samen met mijn vriendin (met wie ik nu inmiddels 36 jaar gelukkig getrouwd ben) en een vriendengroep met wie we altijd optrokken. We hadden een aantal jaren catechisatie gevolgd en ‘het werd tijd’ om naar belijdeniscatechisatie te gaan en belijdenis te doen. Dat deden we dus. Het was een mooie en leerzame tijd, die afgesloten werd met ons jawoord in de kerk. Belijdenis doen betekende het einde van de catechisatie-jaren. Want daarna was er niets meer. Geen kring voor twintigers, geen Bijbelkring. Er was een mannenvereniging en een vrouwenvereniging, maar daar voelden wij ons veel te jong voor. Geen mogelijkheid meer om te verder te leren over God en Zijn Woord, de kerk en de kerkleer en hoe je je als christen gedroeg in het gewone leven. Zo ging dat 40 jaar geleden in Aalsmeer, en ik denk dat de mogelijkheden in andere Christelijke Gereformeerde Kerken niet veel anders waren.

VERANDERENDE TIJDEN

Toen ik eind jaren ‘70 theologie studeerde (ik had wél de mogelijkheid me te verdiepen in kennis en de studie heeft mijn geloof enorm verrijkt), kwamen de koffiebars van Youth for Christ op en beleefden topjaren. Jongeren kwamen bij elkaar om te zingen, te bidden en de Bijbel te bestuderen. Dat was búíten de gebruikelijke kerkelijke kaders. Bínnen de kerken kwam de ‘gemeenteopbouw-beweging’ op in de jaren ‘90. Groeigroepen (ook wel huiskringen genoemd) werden opgezet en kwamen tot bloei, laagdrempelig en missionair van opzet. Aan het begin van deze eeuw ontwikkelde het kringenwerk zich verder. Veel gemeenten bouwden een breed netwerk van kringen op of gingen nog een stapje verder: de hele gemeente werd in kringen ingedeeld (niet meer in wijken).

Een aantal jaren geleden kwam het woord ‘discipelschap’ overwaaien vanuit Engeland en Amerika en werd (en wordt) aandacht gevraagd voor de kerk als gemeenschap van discipelen, discipelschapstraining en het planten van missionaire gemeenschappen.

Trends? Vluchtige hypes? Nee, in mijn beleving niet. Ik zie deze ontwikkelingen meer als een zoeken naar hoe kerk te zijn in een veranderende samenleving. Een verlangen God te dienen en Christus te volgen in een tijd waarin geloven steeds minder vanzelfsprekend (een understatement) geworden is. Een zoektocht naar nieuwe vormen en verbanden om te leren geloven en daarin te groeien.

LEREN IS ONMISBAAR

Het aantal mannenverenigingen is inmiddels gedecimeerd. De zusters der gemeente houden het langer vol: zijn nog veel actieve vrouwenverenigingen in gereformeerd Nederland. Bijbelkringen zijn er in allerlei soorten en maten en daarnaast zijn er allerlei nieuwe kringen in de gemeenten ontstaan. Hóé de vorm ook is, meer dan ooit is het in mijn beleving nodig dat er geleerd wordt in de kerk. Daarbij gaat het niet alleen over kennis en kennisoverdracht; dr. Kater schreef hierover een eerder artikel in AC (mei 2015, blz. 645-647) waar ik graag bij aansluit en van harte onderschrijf hoe belangrijk, ja onmisbaar het is dat de gemeente van Christus een lerende gemeente is. Waarbij ik het woord leren wil koppelen aan groeien - groeien in kennis, in geloof, hoop, liefde, in toewijding en navolging, in dienstbaarheid aan God en de naaste.

Daarbij verbind ik leren ook graag aan geloven: leren geloven. De kracht van de gemeente is (en hoort te zijn) dat we elkaar aansporen, stimuleren en helpen om trouw te blijven aan Christus, God te dienen en volgeling van Jezus te zijn van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat, op zondag en doordeweeks. Met elkaar leren en van elkaar leren, opdat mag gebeuren wat Paulus schrijft: ‘dan zult u samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot alle volheid Gods’ (Ef. 3:18-19). Leren geloven heeft ook de kant van: de jeugd stimuleren te gaan en willen leren. Goed voorbeeld doet immers vaak goed volgen!

SAMEN LEREN GELOVEN

Hoe doe je dat dan? Welnu, de vorm en invulling van de kringen en groepen zullen in elke gemeente verschillend zijn. Dat kan en mag ook. Cursussen en leerhuizen - laat ieder die invullen naar dat er mogelijkheden en behoeften zijn. Naar mijn mening heeft elke kerkenraad de taak voorwaarden te creëren en krachtig te stimuleren dat elk volwassen gemeentelid zal deelnemen aan minstens één kring, of dat nu een Bijbelkring, een gespreksgroep of een studiekring is. Dat is dus iets anders dan lid zijn van een werkgroep of commissie; daarbij gaat het vooral om actief bijdragen aan de opbouw van de gemeente. Bij het deelnemen aan een kring gaat het om samen leren geloven.

De laatste jaren heb ik veel te maken gehad met kringen en groepen in verschillende gemeenten. Veel van deze kringen zijn tot zegen voor de deelnemers en daarmee tot opbouw van de gemeente. Ik hoor echter ook dat kringen insukkelen. Als reden wordt aangegeven dat het ontbreekt aan verdieping in de materie, dat wil zeggen een verlegenheid ten aanzien van de inhoud van het te bespreken Bijbelgedeelte of thema. Ik pleit ervoor dat kringleiders (al dan niet bij toerbeurt) zich goed inlezen in wat aan de orde komt tijdens een avond en dat zij zich laten toerusten, niet alleen op het punt van hoe een gesprek te leiden, maar ook op de inhoud. Daarmee wordt zo veel mogelijk voorkomen dat een gesprek of bespreking doodloopt: ‘tja, dat weet ik ook niet’, of ‘daar weten we geen van allen antwoord op’. Ook hier ligt een verantwoordelijkheid voor de kerkenraad. Een ander manier om te voorkomen dat gesprekken vastlopen of oppervlakkig worden is, dat de kringen na een aantal jaren (3 á 5) andere deelnemers krijgen. Kort gezegd: neem een hoge hoed, stop daar de namen in van alle kringdeelnemers in de gemeente en tover willekeurig briefjes uit de hoge hoed. Zo ontstaan nieuwe kringen, leer je nieuwe mensen kennen (of leer je mensen op een nieuwe manier kennen) en krijg je frisse, nieuwe gesprekken met nieuwe inzichten en nieuwe geloofservaringen. Of iedereen daar blij mee is, zal mede worden bepaald door de bereidheid te willen leren en groeien en niet voor de gezelligheid bij elkaar te komen. Toegegeven, dit vraagt moed en durf, maar het levert veel op.

LEERDIENSTEN

Niet alleen is er veel veranderd op het gebied van Bijbel- en gesprekskringen, ook de leerdiensten zijn veranderd. De wekelijkse catechismusprediking - van oudsher dé vorm van samen leren geloven - vindt in veel gemeenten niet meer of onregelmatig plaats. Ik ga in dit artikel niet in op de oorzaken daarvan of hoe ik dat waardeer - ik constateer alleen.

Wanneer om welke reden dan ook de continue catechismusdiensten niet meer gehouden worden, wil dat niet zeggen dat er geen mogelijkheden zijn tot leerdiensten. Integendeel. Juist in gemeenten waar het kerkbezoek van de tweede dienst afgenomen is, bieden leerdiensten 2.0 uitstekende mogelijkheden de betrokkenheid van de leden bij de kerkdiensten te vergroten. Waarbij ik vooral wil opmerken dat het niet om het aantal kerkbezoekers gaat, maar om wat er gebeurt: samen leren geloven.

MISSIONAIR

Kringen en leerdiensten - beide dienen in mijn optiek open, laagdrempelig, relevant en warm te zijn. Open voor anderen, geen gesloten kringen. Laagdrempelig, dat is: in een taal die iedereen begrijpt. Relevant: leerdiensten en kringen dienen die thema’s aan de orde te stellen, waar mensen in hun dagelijkse en kerkelijke leven mee te maken krijgen. Warm: een sfeer waar ieder zich thuis kan voelen, zichzelf kan zijn, zich veilig voelt om datgene te zeggen wat leeft in zijn of haar hart óf te zwijgen op z’n tijd.

Wanneer kringen en leerdiensten z6 worden ingericht en die sfeer uitstralen, wordt een prachtige voedingsbodem gelegd om anderen, die Christus nog niet of niet meer kennen, uit te nodigen: ‘kom, ga met ons en doe als wij’. Daarmee worden kringen en leerdiensten missionair van karakter en dienstbaar aan de uitbreiding van Gods Koninkrijk.

TENSLOTTE

Aan het eind van dit beknopte artikel wil ik de kerkenraden een stelling meegeven, ter overdenking, ter bespreking in een vergadering én om er actie op te zetten:

‘Een gemeente die een lerende gemeente is, heeft toekomst; een gemeente die niet continu wil leren, is ten dode opgeschreven’.

Moge Gods zegen rusten op de lerende gemeente, gedachtig aan het woord van Paulus: ‘Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God geeft de wasdom’ (I Kor. 3:6).

 

Bron: Digibron / Ambtelijk Contact