Boek(presentatie) Daadkracht

Op woensdag 12 oktober 2016 werd het boekje "Daadkracht" gepresenteerd. Dit boekje bevat korte denkprikkels voor hen die met doeners werken. Hieronder volgt het verslag van de avond die op woensdag 12 oktober werd gehouden. Daarnaast is de integrale lezing van Laurens Snoek te bekijken.


Wie was de doener, Martha of Maria?

Jongeren, zowel denkers als doeners, hebben jeugdleiders, docenten en catecheten nodig die de moed hebben om keuzes te maken, zo nodig tegen de sociale codes van de omgeving in.

Dat was woensdagavond 12 oktober de boodschap van Laurens Snoek, docent pedagogiek en didactiek aan de Christelijke Hogeschool Ede, tijdens een minisymposium in Apeldoorn. De bijeenkomst was belegd door de stuurgroep ”Doeners in de kerk” samen met uitgeverij De Banier, bij het verschijnen van zijn boekje ”Daadkracht”. Dit bevat korte denkprikkels voor hen die met doeners werken.



 

Doeners worden in de kerk vaak geconfronteerd met mensen die te weinig moed hebben, die dus op de vlucht slaan, zei Snoek. „Mensen die te weinig moed hebben, geven toe aan de primaire neiging van de doener, namelijk: aan de slag gaan, aan het werk gaan, aanpakken, oftewel: vluchten in het doen. De weg van de directe aanpak, de weg van nog meer organiseren en regelen, lijkt wel mooi, maar is slechts een teken van angst. Dat nemen jongeren onbewust van ons over.”



Achter deze directe aanpak gaat een misvatting schuil waarvoor refor­matorische mensen zich zouden moeten schamen. „Alsof wijzelf zouden kunnen bewerken wat ons alleen als een genadige zegen toe kan vallen. Als de Heere tegen Israël zegt: „Ik ben de Heere, uw God, Ik wil dat u naar Mijn stem hoort”, zegt het volk: „Heere, we zullen dóén wat U zegt.” Hij vraagt om de liefdevolle nabijheid van een kind, maar Hij krijgt de gehoorzaamheid van een knecht.”



Jeugdleiders en catecheten moeten niet doen, maar alle haast afleggen en stilstaan bij Gods woorden en Geestkracht opdoen. „Dan valt de daadkracht als een genadige zegen je toe. Dat geeft verwachting en geloof. Tijdens het luisteren naar Gods stem groeit het inzicht in wat de goede keus is, groeit het geloof dat je op de goede weg bent. En geloof betekent moed.”



Snoek wees op de geschiedenis van Martha en Maria. Maria ging zitten aan Jezus’ voeten. „Wat een geloof en daadkracht heeft ze bij het volgende bezoek van Jezus opgebracht. Dwars tegen de algemene opinie in zalfde zij Hem ter voorbereiding van Zijn begrafenis. Wie is hier de doener? Martha of Maria?”



De boodschap van Snoek was, kort en goed: laten doeners én denkers eerst luisteraars zijn. „Stilstaan, je tot God wenden, wachten op Zijn Woord en kracht. Dat is de weg waarop God verrassende zegening en opening schenkt. Laten we eerst luisteraar worden, in de stilte, elke kerkdienst vijf minuten, of in de binnenkamer een halfuur, of elke week een avond, alleen thuis, of juist in een zaal van de kerk, als we het moeilijk vinden om dit alleen te doen. Want bij Hem is de Geesteskracht, die ons zal leiden tot daadkracht. En al het andere ontvangt u bovendien.”



Hoe zien docenten en catecheten de plaats van ouders? Dat was een vraag in de nabespreking. Snoek: „Ouders weten als geen ander waar hun kind behoefte aan heeft. Spreek daarom met ouders, niet in de zin van: „U moet uw kinderen zus of zo aanpakken”, maar sluit aan bij de Bijbelse boodschap. Ondersteun hen en geef hen moed.”



En als jongeren dan toch dreigen af te haken? „Neem de tijd. Ook al is het met de moed der wanhoop, God heeft de tijd, want Hij heeft de eeuwigheid.”

Daadkracht is hier te bestellen.